arrow_drop_up arrow_drop_down
21 juli 2020 

Helpt wet- en regelgeving omtrent psychosociale arbeidsbelasting nou écht om ontoelaatbaar gedrag te voorkomen?

Als pesters, billenknijpers, bullebakken, dwingelanden, discrimineerders, afpersers en fraudeurs op het werk niet op eigen kracht kunnen stoppen met hun ontoelaatbare gedrag dan zal de werkgever een handje moeten helpen. Dit zijn ze ook wettelijk verplicht volgens de ARBOwet. De werkgever is verantwoordelijk gemaakt voor het zoveel mogelijk voorkomen van psychosociale arbeidsbelasting.

Wetten en regels zijn een goed begin om iets voor elkaar te krijgen wat we zelf niet onderling kunnen oplossen. Maar is het in dit geval afdoende?

De meeste organisaties hebben dus wel een beleid op het gebied van ongewenst omgangsvormen. Zeker de grotere organisaties hebben de boel aardig voor elkaar. Evengoed zijn er nog steeds 1,2 miljoen werknemers die aangeven dat ze ongewenst gedrag ervaren op de werkvloer. Er gaat dus nog veel mis en dat levert emotionele en economische schade op.

Tussen wettelijk alles goed geregeld hebben en hoe het dagelijkse gedrag op de werkvloer is zit vaak nog een gat

Soms is het lastig om zo’n gat te dichten, zeker als mensen uit angst of schaamte liever hun mond houden en ook niet naar de vertrouwenspersoon gaan. Je weet niet precies wat er speelt, maar je ziet wel toenemend ziekteverzuim en/of productieverlies.

Papieren beleid en wet- en regelgeving moeten wél gaan leven in de organisatie

De enigen die daar leven in kunnen blazen zijn de mensen in de organisatie. De werkgever moet het voortouw nemen en dat proces deskundig aanpakken. Alleen dan kun je samen groeien naar een hoger niveau van bewustzijn dat voorkomt dat er sociaal-emotionele ongelukken op de werkvloer gebeuren.

Wil je meer weten over hoe je psychosociale arbeidsbelasting bij je medewerkers zoveel mogelijk kunt voorkomen? Bel of mail Anja Westerink!

Over de schrijver
Reactie plaatsen